English dictionary, thesaurus, translations & etymology
FreeDict.com

English–Dutch Dictionary

Translate English words into Dutch, and Dutch into English. Each entry shows gender, part of speech, example sentences and how the word is actually used — not just a bare equivalent.

Browse A–Z

a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z

“O” Words

oak
eik (m)
oak
eikenhout (n)
obituary
doodsbrief
oblivion
vergeetachtigheid
observe
in acht nemen
observe
respecteren
observe
volgen
obtuse
bot
of
van
of
van
of
over
of
aan
of
van
of
van
of
van
of
van
of
voor
offer
aanbieden
offer
presenteren
offer
vertonen
offer
voorstellen
official
officieel
ogre
ondier (n)
old
oud
old
oud
olive
olijfgroen (n)
Olympiad
olympiade
Olympic
olympisch
Olympic
olympische
one
op een
one
eens
one
ooit
one
enige
one
ene
one
één
one
één
one
dezelfde
opal
opaal
open
openen
open
opendoen
open
openmaken
open
opengaan
open
opengaan
operator
bediener (m)
opportunistic
opportunistisch
oral
mondelijk
oral
oraal
oral
oraal
oral
mondeling
orange
sinaasappelboom (m)
orange
sinaasappel (m)
orange
appelsienenboom (m)
orange
appelsien (f)
orange
oranje (n)
orbit
baan (f)
orbit
omcirkelen
orbit
omlopen
order
orde
order
ordenen (m)
order
ordenen
originally
origineel
originally
op een nieuwe manier
orphan
weeskind (n)
orphan
wees (f)
orphan
weesjongen (m)
orphan
weesmeisje (n)
orthodox
Oosters-orthodox
ostrich
struisvogel (m)
ottoman
Osmaan (m)
ottoman
Osmaans
our
ons
our
onze
ours
het onze
ours
de onze
ours
die van ons
out
uit: weg
over
voorbij
overcast
bewolkt
overrun
overschijden
overrun
voorbijlopen
overrun
inhalen
overrun
overrompeling
overrun
overstroming
overrun
overschrijding
overseer
opzichter (m)
oversleep
zich verslapen
overwrought
nerveus
overwrought
geagiteerd